HET WIELERGESLACHT INGELS

 

Minstens om de maand verschijnen de zegestanden van het jonge Belgische wielertalent. Bij de categorieën Beloften, Nieuwelingen en Vrouwen-elite vind ik telkens een Eeklonaar en driemaal met de familienaam Ingels … Nic Ingels, Dries Ingels, Veerle Ingels.

 

Mijn ingebakken voorliefde voor sportactieve mensen leidt me naar Bus 20, het groot boerenerf van Danny Ingels en Maria Vandaele. Op dat adres huist een straf nest wielrenners en begeleiders: vader, moeder en de zes kinderen. Vier zonen en twee dochters: Kurt (26), Wim (25), Nic (21), Dries (16), Veerle (23) en Kathy (22). Ofwel leven ze intens mee met de wielersport ofwel staan ze er met beide voeten in en niet zonder talent.

Vijf van de zes kinderen Ingels hebben bovendien een link met het PTI. Jong Eekloos wielertalent, geconcentreerd in één familie, dat is een “Recht voor je raap” waard in dit PUNT 131. Ik ontmoet een merkwaardig hechte familie, zeer bereidwillig voor onze OPITIE – interesse en die verschilt uiteraard nogal van de uitgekiende belangstelling en interviews van de grote media en de professionele sportjournalisten.

 

U leest nu mijn bescheiden verslag, maar ook “hun” verhaal, de story van het geslacht Ingels. Zij mag elke lezer maar zeker de echte wielerliefhebbers onder u boeien. Zonder chauvinisme, dit kroostrijk gezin draagt anno 2005 bij tot het nog altijd rijke Vlaamse boerenleven.

En wie weet ? Het Meetjesland had in zijn verleden imponerende coureurs. Waarom zou een Ingels niet kunnen toetreden tot de galerij van onze regionale en nationale grote namen ? Wij hadden toch al een Tourwinnaar (Maurice De Waele), een Girowinnaar (Johan De Muynck), regenboogtruien met Eric en Roger De Vlaeminck, met Romain De Loof, Belgische profkampioenen en klassieke winnaars met o.a. Monnsieur Paris-Roubaix, Noël Foré en Berten Ramon…

Krijgt Eeklo de komende jaren een nieuwe succesvolle beroepsrenner in de persoon van Nic Ingels ? Voor 2006 is een profcontract van Nic bij de grote Belgische Pro Tour-ploeg Davitamon-Lotto een feit. Inderdaad, een mooie toekomst wenkt, maar de weg is nog lang!!

Het begon allemaal met Danny Ingels en Maria Vandaele. Geboren en getogen waar het goed is om te leven in ons Meetjesland.

Onze eerste PTI-directeur, Flor Demedts, zelf afkomstig uit de Leiestreek, had vrij snel achting voor dat gezonde, taaie en wilskrachtige volkje uit Eeklo en zijn achterland. Pretentieloze mensen, werkers en moreel sterk om iets te bereiken in het leven… als ze de mogelijkheden kregen. De primordiale doelstelling van het in 1959 opgestarte PTI was dan ook : aan zijn jeugd betere levenskansen te bieden, algemeen, technisch en ook sportief.

De meerderheid van de PTI-populatie kwam uit een landbouwmidden. Wij hadden ze graag, die ouders en die jongens van de boerenbuiten. Zij geloofden vlug in de waarden van de PTI-opvoeding en in ons degelijk technisch onderwijs, versterkt door dat jonge PTI‑corps. Onze school bloeide op weinig jaren als geen andere. Sport en PTI… dat waren vanaf de start twee handen op één buik: atletiek, voetbal, basket, volley, judo, schaken, duivensport, badminton, hockey. Maar wie herinnert zich nog zijn deelname aan de unieke PTI‑cyclodays in samenwerking met de Belgische Wielrijdersbond en Noël Foré en met binnen de school studiemeester Aurèle van de Walle als grote pleitbezorger en mentor ?Zuivere wielerinitiatie en propagandadagen voor de wielersport. Jaja, het PTI was een bakermat van heel wat goede renners. Wil je enkele wielernamen die langer en korter langs de PTI-poorten passeerden ,

Voor de vuist weg;: Eric De Vlaeminck en zoon Geert De Vlaeminck, Mario Lammens, Patrick Versluys, Mario Willems, Frederik Willems, Jehudi Schoonackers, Kurt Hovelynck … en vul dat lijstje maar gerust zelf verder aan.

 

Weet dat we vandaag het kroost van vader en moeder Ingels in de picture plaatsen; Het leuke is dat vier Ingels- telgen nog in volle opmars zijn en dat hun toekomst veel goeds laat vermoeden.

Enkel Kurt en Wim, de oudsten, zijn op de wijze wenk van vader Danny ingegaan om met het competitieve wielrennen te stoppen en om ten volle de opvolgingskansen te grijpen die het modern landbouwbedrijf op zijn diverse locaties hen als zelfstandigen biedt. Het wielrennen zit erg vervlochten in het leven van elke lid van de familie Ingels.

Vader Danny, stevig uit de kluiten gewassen, is de wijze “pater familias”, de gezinsleider met de nodige ernst en gestrengheid en bovendien principieel: wat je ook doet, doe het goed! Ook een hobby! Er met de pet naar gooien, staat haaks op zijn levenservaring en staat gelijk met “stop er dan maar mee”. Voor niemand was gebrek aan inzet al reden voor een stopbevel. Danny had in zijn jeugd duidelijke koersambities, maar zijn ouders zagen dat niet zitten en het werd “njet”.

In dat opzicht zou Danny geen enkel van zijn kinderen weerhouden om zich op het wielerpad te wagen. En zo gebeurde met alle zes zijn  kinderen! En doorheen de jaren verzamelde Danny een bruikbare schat aan wielerdeskundigheid, aan wielerwijsheid en realiteitszin.

Moeder Maria had eveneens jeugdige sportkriebels. De KAJ (Katholieke Arbeidersjeugd) van kardinaal Cardijn bood in zomerperiodes op zondag wekelijks atletiekproeven aan. Maria stond in de loopwedstrijden best haar mannetje. En ze kreeg navolging bij haar kinderen. Zij zag tot haar voldoening hoe zij zich op een gezonde manier met sport bezighielden en dat was en is de hoofdbedoeling. Atletiek of wielrennen, het maakte niet uit. Maria is 100% huismoeder maar voor het vele bijkomende en zware wassen en plassen haalt ze de neus niet op. Integendeel, met haar volle enthousiasme en energie staat ze achter de hobby van haar kinderen of wat als hobby begon. Koers beheerst ook haar leven. Bergen was moet ze verwerken en twee wasmachines draaien constant op volle toeren want alle dagen zijn er trainingen of wedstrijden; Wat een bezige bij !

Vader Danny, moeder Maria, een gedreven stel!

 

Van de kinderen Ingels konden we de warme genegenheid ervaren voor hun ouders. Zij erkennen hun inzet en zij waarderen hun bewonderenswaardige ondersteuning, zonder prestatiedruk. Die intense familieband maakt dit gezin zo mooi. Hoe groot de wielerprestaties van hun “koereurs” ook mogen  worden, op hun terrein zijn Danny en Maria nu al zelf …kampioenen!

Kurt en Wim, de oudsten… Beiden doorliepen vier PTI-schooljaren. Kurt in de opleiding mechanica, Wim deed bouw. Zij voltooiden hun scholing evenwel in het Deeltijds Onderwijs in Brugge. Met sportieve ouders was er een bijna voorbestemdheid voor één of andere sportdiscipline in de vrije tijd. Kurt koos voor wielrennen en mocht onmiddellijk aan de slag.

Zonder veel training trok de eerste Ingelsboy naar de Vlaamse Ardennen en in Strijpen werd het allereerste rugnummer opgespeld.

Kurt zette de wielermicrobe snel over op Wim. De wielerbesmetting was niet meer te stoppen tot vandaag. Kurt en Wim leefden zich graag en meest uit in het veldrijden. En vader en moeder zagen dat het goed was.

Sport staat inderdaad garant voor belangrijke voordelen op de weg van puberteit naar volwassenheid: geen alcoholgebruikers, geen rokers, geen cafélopers maar bewuste opbouw van gezonde, wilskrachtige geesten in een taai en gezond lichaam. Vóór zijn twintigste jaar legt een mens normaliter de basis van zijn gezondheid voor het grootste stuk van zijn leven.

De derde in de Ingelsrij was Veerle en nummer vier Kathy. Zij maakten hun sportieve entree  met veldlopen, uitstekend voor een basisconditie. Maar ook bij de meisjes sloeg de wielermicrobe ongenadig toe. De wielersportidee van haar oudste dochter kwam bij moeder Maria echter niet onmiddellijk als een evidentie over. Veerle had een karrenvracht overredingskracht nodig om het ijs te breken. Maar eenmaal gebroken, was duidelijk gebroken, want daar kwam Kathy ook al aan. Met vier fietsende huisgenoten kon je stilaan van een wielerepidemie spreken. Twee zussen in het wielerspoor van twee broers, dat is toch niet niks!

Voor beide meisjes voorzagen de nuchtere en realistische Danny en Maria evenwel een bijkomende, noodzakelijke levenstroef : een voltijdse opleiding in de hotelschool van Michelbeke. Michelbeke, een pittoresk dorpje in de Vlaamse Ardennen, een afwisselend landschap met steile hellingen en brede valleien. Michelbeke, waar ’s lands eerste burger woont en er tevens de burgemeester is : Herman De Croo.

Michelbeke behoort met zijn Berendries eveneens tot het prachtige decor van Vlaanderens mooiste, de Ronde Van Vlaanderen, en tot het dagelijks trainingsparcours van wielergrootheden als Robbie McEwan, Peter Van Petegem en Belgisch kampioen Serge Baguet, alle drie wonend in deze omgeving. Toeval? Geen toeval? De zusjes Ingels vertoefden op vruchtbare wielerbodem. Leerden zij daar dromen van eigen wielerprestaties?

Veerle en Kathy hebben allebei het diploma van kok. Veerle houdt deze kwalificatie zeker nog een tijdje achter de hand want momenteel versiert zij bij de vrouwen-elite een profcontract bij het team “Vlaanderen Capri Sonne-T- interim”.

Bij mijn bezoek was Veerle uithuizig. Met de Belgische vrouwenploeg was ze voor meerdere dagen aan de slag in het Italiaanse Toscane.

2005 is voor Veerle wel een succesvol jaar. Haar profcontract, Belgische cyclocrosskampioene, tweede in het provinciaal kampioenschap tijdrijden. Vanaf nu wil ze vooral de kaart cyclocross trekken. Kan daarvoor een bijkomend amoureuze reden zijn? In de geschreven pers lazen we dat Veerle en Bart Wellens, de tweevoudige ex-wereldkampioen veldrijden, sinds kort een relatie begonnen. Ten huize Ingels klinkt de bevestiging dat het inderdaad niet om te verwaarlozen “gazettepraat” gaat, maar dat beiden een veldritkoppel zijn. Het ga hen voorspoedig, de twee tortelduifjes of moeten zij volgens het veldritjargon zeggen : de twee modderduivels?

Kathy’s wieleractiviteit brandt op een lager pitje dan bij zus Veerle. Reden? Als je de huisgenoten Ingels naar hun vooruitzichten vraagt na de wielercarrière, dan klinkt het bijna uit één mond… werken! Hun landbouwachtergrond is daaraan niet vreemd. Werken, zij hebben nooit anders gekend en op hun krenten zitten … dat is niet aan hen besteed.

Moest Kathy een interessante profaanbieding gekregen hebben, dan zou er aarzeling geweest zijn en probatie op het hoogste vlak. Bij de junioren bewees ze al begaafd te zijn als Belgisch kampioen tijdrijden en werd ze viermaal provinciaal kampioen. Een ongeschreven wielerwet zegt : de chrono liegt niet! Ook in wegwedstrijden kon ze er “alleen” voor gaan! 24 overwinningen, een verdienstelijk palmares.

Via haar studies in Michelbeke kwam ze tot een stageperiode in de PTI-keuken. Eenmaal afgestudeerd solliciteerde Kathy bij het provinciebestuur en vlug werd ze PTI-personeelslid als PTI-keukenhelpster. Meteen werd het een combinatie : de job en de koershobby. Dat lukte aardig! Trouwens, Kathy heeft minder training nodig dan zus Veerle om op behoorlijk competitieniveau te komen.

Toen mevrouw Gertrude De Clercq, mijn jarenlang gewaardeerde chef van de PTI-keuken met pensioen ging, openden zich nieuwe perspectieven voor de gezond ambitieuze Kathy. Zij meldde zich als kandidaat opvolgster en nam deel aan het professioneel gejureerde examen. Met haar gunstig resultaat werd Kathy als 20-  jarige de nieuwe PTI-kokkin. Prachtig voor haar verdere toekomst op lange termijn. En de hobby? Met o.a. vier werkdagen van acht prestatie-uren kwam niet de liefde voor het velootje in het gedrang, wel de beoefeningsmogelijkheden. Toch blijft Kathy trainen en competitief bij de vrouwenelite voor haar Benelux-team.

De voorbije vakantiemaanden juli en augustus haalde Kathy weer snel een behoorlijk koersniveau en dat geeft haar uiteraard blijvende sportvoldoening. Werkt ook bij Kathy al de liefde een stukje extra compenserend? PTI-oudleerling Maarten De Muynck is Kathy’s vaste vriend. Wat raad je? Maarten is inderdaad wielrenner… voor zijn hobby. Sport in je bloed hebben , ik begin te vermoeden dat het een Ingels-vereiste is om als lief van de dochters te kunnen aantreden. Bij iedereen stroomt het wielerbloed in de Bus 20 als een vloedgolf in dezelfde richting: de veeleisende en harde wielersport. Een unicum?

 

Een momentje! We hebben nóg twee wielerfanaten te belichten, de twee youngsters, Nic en Dries Ingels.

Zoals Kurt en Wim voltooide Nic na 5 jaar PTI-bouw zijn vakopleiding in Brugge.

Dries is momenteel leerling van 5 BSO-Bouw bij klastitularis Marc Coppens. Komt er met al die bouwspecialisten over afzienbare tijd een bouwfirma Ingels ? ’t Is een idee als een ander!

Nic is vandaag de bekendste van onze Eeklose wielerfamilie. Bij de beloften een uitblinker en volgend jaar prof bij Davitamon-Lotto. Wij ontmoeten elkaar tweemaal, vóór en na een massagebeurt. Pezig, geen gram gewicht te veel, bescheiden, rustig en vriendelijk, goedlachs en vol vertrouwen naar komende confrontatie’s. Nic was vóór zijn veertiende al lid van ACM (Atletiekclub Meetjesland). Guido De Kesel was zijn veldloopbegeleider en trainer. Guido maakte, zoals bij zovele jongeren, ook bij Nic een blijvend positieve indruk. Guido was een sportopvoeder en geen resultatenjager op de rug van zijn jeugd. Toen die nijdige, familiale wielermicrobe ook Nic te pakken kreeg, hadden de 14 jarige wieleraspiranten er een te duchten tegenstrever bij.

Winnen mag dan niet zo vaak aan Nic besteed zijn,aan de ernst en degelijkheid van deze jonge snaak twijfelden kenners niet lang. Nic etaleerde vroeg koersinzicht, als jonge renner kan hij een ploeg doen draaien. Nic kon en wou zich opofferen in het belang van zijn ploeg en verwierf door menselijke kwaliteiten veel gezag in het peloton. Tot in de topwedstrijden ging het met Nic tot vandaag de goede kant op. Zijn progressie is de laatste twee jaren overduidelijk. Juniorencoach Carlo Bomans zag in Nic een rijpend talent en bij de beloften kreeg Nic onderdak bij het sterke Bodysol-Win for Life-Jong Vlaanderen. Hij werd in deze beloftecategorie ook een vaste geselecteerde in de keurgroep van nationale bondscoach José De Cauwer. De Bondscoach deed trouwens al een aantal veelzeggende uitspraken over Nic. Samenvattend citeer ik : “Met Nic kan je naar de oorlog. Nic stelt nooit teleur. Hij heeft de juiste mentaliteit en kent zijn lichaam als geen ander. Hij is een modelrenner om mee te hebben met een selectie. Hij kan zich vlot aan de ploegtucht houden. Nic heeft uitstekend koersinzicht en is van alle markten thuis. Hij kan aardig bergop en verteert kasseien goed. Op middellange termijn kan Nic uitgroeien tot een volwaardige prof.”

Begin 2005 had Nic wat pech, maar niet getwijfeld want Nic werd top in de latere topwedstrijden met ernstige buitenlandse bezetting. Hij overtuigde sterk in Luik-Bastenaken-Luik en in de Ronde van Vlaanderen. Maar hij wou en zou zijn belofteklassieker winnen alvorens de stap naar de beroepsrenners te zetten. Nic piekte-  en dat kan hij – op de Omloop Het Volk en op 26 juni was het formidabel raak. Nic maakte het solo perfect af in het beklemmend finalegedeelte tussen de top van de Berendries – herinner je je Michelbeke nog? – en de aankomstlijn in Zottegem. Applaus alom en een bevrijding voor de winnaar. Zijn zelfvertrouwen ging alweer met een ruk de hoogte in en ook Davitamon-Lotto aarzelde niet langer : na drie jaar bij de beloften werd een profcontract ondertekend. “Ik ben klaar voor de overstap!” Profrijp noemen ze dat.

Als belofte reed Nic de recente Ronde van België voor profs mee en ook daar demonstreerde hij nogmaals zijn klasse in confrontatie met Tom Boonen en zijn Quick-Step-ploeg. Leerrijk!!! Tom is ook een boegbeeld voor Nic, maar zijn uitgesproken idool is Laurent Jalabert. Zijn Type? Kan best!

Het Europees kampioenschap (EK) voor beloften op 10 juli ll. In Moskou werd na de Omloop Het Volk zijn volgend internationale uitdaging. Zijn EK-2004 in Estland was met zijn vijfde plaats reeds een opsteker. Nu droomde Nic van beter, een podiumplaats. Moskou liet hem niet meer los. Terecht, want nog nooit stelde Nic in een kampioenschap teleur.

Nic haalde andermaal de buit binnen en op maandag 11 juli blokletterde mijn krant : Nic Ingels maakte dromen waar met brons. Fier en zelfverzekerd concludeerde Nic : Ik kan het. Derde, mooi toch! Bij de beloften heb ik niets meer te leren. Op het Wereldkampioenschap (WK) in Madrid op 24 september wil ik met mijn beste benen op waardige wijze afscheid nemen van deze categorie. En daarna herbegin ik bij Davitamon-Lotto… “vanaf nul”.

Nic heeft dus geen dikke nek. Hij vindt het helemaal niet te min te zullen moeten starten op de onderste sport van de profladder… in dienst van ploegmakkers, als waterdrager. Maar daarover doet José De Cauwer alweer een opmerkelijke voorspelling : “Nic Ingels heeft alles om een tweede Marc Wauters te worden, een meesterknecht, gewaardeerd tot en met.”

Nic mag in zichzelf geloven en anderen met hem. Nic zal ook omkaderd blijven door zijn bijzonder positieve thuis. Schouder aan schouder, het geldt voor alle Ingels-koereurs, staan ook verzorger Norbert, dokter Dirk Van de Velde en apotheker Van Hyfte. Zij werpen de dam op tegen alle medische dwaasheden. Zij staan als team mede borg voor het behoud van die gezonde geest in gezonde rennerslichamen. Een prachttaak, de wielersport ten goede !

 

De jongste boerenzoon Ingels is Dries. De kakkernest, want tussen de 21-jarige Nic en blonde Dries gaapt een leeftijdskloof van vijf jaar. Aanvankelijk kwam Dries tegenover deze gelegenheidsjournalist eerder bedeesd over. Speelde mijn vorig verleden misschien een rol ? In elk geval, Dries, met journalisten moet je leren omgaan. Je moet voorzichtig zijn en soms heel voorzichtig, zeker met sensatiezoekers of duimzuigers. Ik bevestigde niet voor “Dag Allemaal” te schrijven maar voor PUNT 131, en van dan af liep ons gesprek vlot en prettig als een lierke van een cent. Sympathieke gast, die Dries ! Met de paplepel kreeg ook Dries de wielrennerijmicrobe te pakken.

Zijn wieleridolen ? Niet Laurent Jalabert, gewoon zijn broers! Met zo’n antwoord heb je daar weer de ingebakken, hechte familieband. Van de broers kan Dries een schat aan praktische ervaring opsteken, want alle begin is moeilijk. Bij aanvang is het in de jeugdcategorieën “ elk zijn schelle”.

Je leert daardoor veel, met vallen en opstaan en dat is soms heel letterlijk! Je zoekt uit, je vraagt deskundigen uit en o.a. die heeft Dries in huis. Je leert zorg te dragen voor je fietsmateriaal en in de familie luistert men naar het vaderlijk principe : iedereen zorgt voor ’t zijne! Bij de jongeren zijn niet de successen van het grootste belang, wel de gestage groei. Je mag niet forceren maar leren doseren. Bij de beloften begint het stilaan te tellen en uiteraard bij de profs. Deze koershouding staat helemaal niet haaks op vaders stelregel : een aanvaller kan renner worden, een sleper niet.

Dries mag je nog aanzien voor een speelse nieuweling… voor de leute. Trainen is voor hem nog een opoffering en liefst niet alleen. In wedstrijd is Dries wel een knokker, een gedoseerde aanvaller die een koers hard kan maken.

Als tweedejaarsnieuweling won Dries in 2005 twee koersen en hij veroverde de provinciale tijdrittitel en je weet : de chrono liegt niet !

De Belgische wegtitel ging slechts nipt aan zijn neus voorbij, nietwaar vader Danny? Zijn wielerclub is Bodysol Cycling Team Menen en dat lidmaatschap laat Dries toe te starten in de belangrijkste wedstrijden, de interclubs.

Bij ons bezoek had Dries pas een driedaagse in Luxemburg achter de rug. Dries groeit snel in zijn koersen-in-ploegverband en is daardoor in de nieuwelingenrangen graag gezien.

In 2006 wordt Dries junior. Wat hij er liefst zou winnen ? Al bij al heeft hij over zijn jonge loopbaan een goed gevoel en hij beseft dat er zeker nog meer inzit. Dus ambieert hij een juniorenklassieker. De tegenstand is gewaarschuwd!

 

Maria, Danny, Kurt Kathy en Maarten, Nic en Dries, jullie zevenen bezorgden me een hartelijk en boeiend interview. Ik ervoer jullie familiale warmte en eenheid, de stuurvaardigheid van Danny en Maria om hun getalenteerde kinderen te oriënteren in een prachtige maar veeleisende hobby of toekomstig beroep. In 2006 zijn Veerle en Nic inderdaad beroepsrenners.

Waar men gaat langs Vlaamse, Belgische of buitenlandse wielerwegen, de kans wordt met de dag nog groter, je komt een Ingels tegen. Om u een idee te geven, vader heeft er voor zijn wielrenners  70.000 jeepkilometers op zitten.

En moeder, verder wassen en plassen en voor haar sportieve volkje de uitverkoren diëtiste zijn. Geen verwennerij, eten wat de pot kookt, maar honderd procent verantwoord voor wielrenners : veel rijst, spaghetti, pastas met kip, vis …

 

Als slot twee uitspraken van Karel Van Wijnendaele, de vader van alle Vlaamse wielersportjournalisten,: “Hoe slechter het weer, hoe mooier de koers !” en

“In de smidse der beproeving wordt het karaker gestaald.

Wielrennen, psychisch en fysisch een harde, keiharde sport.

 

Wij duimen voor de straffe Flandriensfamilie Ingels!

Echt bedankt!

 

Rogier De Pauw.