HET WIELERGESLACHT INGELS
Minstens om de maand verschijnen de zegestanden van het jonge Belgische
wielertalent. Bij de categorieën Beloften, Nieuwelingen en Vrouwen-elite vind
ik telkens een Eeklonaar en driemaal met de familienaam Ingels … Nic Ingels,
Dries Ingels, Veerle Ingels.
Mijn ingebakken voorliefde voor sportactieve mensen leidt me naar Bus
20, het groot boerenerf van
Vijf van de zes kinderen Ingels hebben bovendien een link met het PTI.
Jong Eekloos wielertalent, geconcentreerd in één familie, dat is een “Recht
voor je raap” waard in dit PUNT 131. Ik ontmoet een merkwaardig hechte familie,
zeer bereidwillig voor onze OPITIE – interesse en die verschilt uiteraard nogal
van de uitgekiende belangstelling en interviews van de grote media en de
professionele sportjournalisten.
U leest nu mijn bescheiden verslag, maar ook “hun” verhaal, de story van
het geslacht Ingels. Zij mag elke lezer maar zeker de echte wielerliefhebbers
onder u boeien. Zonder chauvinisme, dit kroostrijk gezin draagt anno 2005 bij
tot het nog altijd rijke Vlaamse boerenleven.
En wie weet ? Het Meetjesland had in zijn verleden imponerende coureurs.
Waarom zou een Ingels niet kunnen toetreden tot de galerij van onze regionale
en nationale grote namen ? Wij hadden toch al een Tourwinnaar (Maurice De
Waele), een Girowinnaar (Johan De Muynck), regenboogtruien met Eric en Roger De
Vlaeminck, met Romain De Loof, Belgische profkampioenen en klassieke winnaars
met o.a. Monnsieur Paris-Roubaix, Noël Foré en Berten Ramon…
Krijgt Eeklo de komende jaren een nieuwe succesvolle beroepsrenner in de
persoon van Nic Ingels ? Voor 2006 is een profcontract van Nic bij de grote
Belgische Pro Tour-ploeg Davitamon-Lotto een feit. Inderdaad, een mooie
toekomst wenkt, maar de weg is nog lang!!
Het begon allemaal met Danny Ingels en Maria Vandaele. Geboren en
getogen waar het goed is om te leven in ons Meetjesland.
Onze eerste PTI-directeur, Flor Demedts, zelf afkomstig uit de Leiestreek,
had vrij snel achting voor dat gezonde, taaie en wilskrachtige volkje uit Eeklo
en zijn achterland. Pretentieloze mensen, werkers en moreel sterk om iets te
bereiken in het leven… als ze de mogelijkheden kregen. De primordiale
doelstelling van het in 1959 opgestarte PTI was dan ook : aan zijn jeugd betere
levenskansen te bieden, algemeen, technisch en ook sportief.
De meerderheid van de PTI-populatie kwam uit een landbouwmidden. Wij
hadden ze graag, die ouders en die jongens van de boerenbuiten. Zij geloofden
vlug in de waarden van de PTI-opvoeding en in ons degelijk technisch onderwijs,
versterkt door dat jonge PTI‑corps. Onze school bloeide op weinig jaren
als geen andere. Sport en PTI… dat waren vanaf de start twee handen op één
buik: atletiek, voetbal, basket, volley, judo, schaken, duivensport, badminton,
hockey. Maar wie herinnert zich nog zijn deelname aan de unieke PTI‑cyclodays
in samenwerking met de Belgische Wielrijdersbond en Noël Foré en met binnen de
school studiemeester Aurèle van de Walle als grote pleitbezorger en
mentor ?Zuivere wielerinitiatie en propagandadagen voor de wielersport. Jaja,
het PTI was een bakermat van heel wat goede renners. Wil je enkele wielernamen
die langer en korter langs de PTI-poorten passeerden ,
Voor de vuist weg;: Eric De Vlaeminck en zoon Geert De Vlaeminck, Mario
Lammens, Patrick Versluys, Mario Willems, Frederik Willems, Jehudi
Schoonackers, Kurt Hovelynck … en vul dat lijstje maar gerust zelf verder aan.
Weet dat we vandaag het kroost van vader en moeder Ingels in de picture
plaatsen; Het leuke is dat vier Ingels- telgen nog in volle opmars zijn en dat
hun toekomst veel goeds laat vermoeden.
Enkel Kurt en Wim, de oudsten, zijn op de wijze wenk van vader Danny
ingegaan om met het competitieve wielrennen te stoppen en om ten volle de
opvolgingskansen te grijpen die het modern landbouwbedrijf op zijn diverse locaties
hen als zelfstandigen biedt. Het wielrennen zit erg vervlochten in het leven
van elke lid van de familie Ingels.
Vader Danny, stevig uit de kluiten gewassen, is de wijze “pater
familias”, de gezinsleider met de nodige ernst en gestrengheid en bovendien
principieel: wat je ook doet, doe het goed! Ook een hobby! Er met de pet naar
gooien, staat haaks op zijn levenservaring en staat gelijk met “stop er dan
maar mee”. Voor niemand was gebrek aan inzet al reden voor een stopbevel. Danny
had in zijn jeugd duidelijke koersambities, maar zijn ouders zagen dat niet
zitten en het werd “njet”.
In dat opzicht zou Danny geen enkel van zijn kinderen weerhouden om zich
op het wielerpad te wagen. En zo gebeurde met alle zes zijn kinderen! En doorheen de jaren verzamelde
Danny een bruikbare schat aan wielerdeskundigheid, aan wielerwijsheid en
realiteitszin.
Moeder Maria had eveneens jeugdige sportkriebels. De KAJ (Katholieke
Arbeidersjeugd) van kardinaal Cardijn bood in zomerperiodes op zondag wekelijks
atletiekproeven aan. Maria stond in de loopwedstrijden best haar mannetje. En
ze kreeg navolging bij haar kinderen. Zij zag tot haar voldoening hoe zij zich
op een gezonde manier met sport bezighielden en dat was en is de
hoofdbedoeling. Atletiek of wielrennen, het maakte niet uit. Maria is 100%
huismoeder maar voor het vele bijkomende en zware wassen en plassen haalt ze de
neus niet op. Integendeel, met haar volle enthousiasme en energie staat ze
achter de hobby van haar kinderen of wat als hobby begon. Koers beheerst ook haar
leven. Bergen was moet ze verwerken en twee wasmachines draaien constant op
volle toeren want alle dagen zijn er trainingen of wedstrijden; Wat een bezige
bij !
Vader Danny, moeder Maria, een gedreven stel!
Van de kinderen Ingels konden we de warme genegenheid ervaren voor hun
ouders. Zij erkennen hun inzet en zij waarderen hun bewonderenswaardige
ondersteuning, zonder prestatiedruk. Die intense familieband maakt dit gezin zo
mooi. Hoe groot de wielerprestaties van hun “koereurs” ook mogen worden, op hun terrein zijn Danny en Maria nu
al zelf …kampioenen!
Kurt en Wim, de oudsten… Beiden doorliepen vier PTI-schooljaren. Kurt in
de opleiding mechanica, Wim deed bouw. Zij voltooiden hun scholing evenwel in
het Deeltijds Onderwijs in Brugge. Met sportieve ouders was er een bijna
voorbestemdheid voor één of andere sportdiscipline in de vrije tijd. Kurt koos
voor wielrennen en mocht onmiddellijk aan de slag.
Zonder veel training trok de eerste Ingelsboy naar de Vlaamse Ardennen
en in Strijpen werd het allereerste rugnummer opgespeld.
Kurt zette de wielermicrobe snel over op Wim. De wielerbesmetting was
niet meer te stoppen tot vandaag. Kurt en Wim leefden zich graag en meest uit
in het veldrijden. En vader en moeder zagen dat het goed was.
Sport staat inderdaad garant voor belangrijke voordelen op de weg van
puberteit naar volwassenheid: geen alcoholgebruikers, geen rokers, geen
cafélopers maar bewuste opbouw van gezonde, wilskrachtige geesten in een taai
en gezond lichaam. Vóór zijn twintigste jaar legt een mens normaliter de basis
van zijn gezondheid voor het grootste stuk van zijn leven.
De derde in de Ingelsrij was Veerle en nummer vier Kathy. Zij maakten hun
sportieve entree met veldlopen,
uitstekend voor een basisconditie. Maar ook bij de meisjes sloeg de wielermicrobe
ongenadig toe. De wielersportidee van haar oudste dochter kwam bij moeder Maria
echter niet onmiddellijk als een evidentie over. Veerle had een karrenvracht
overredingskracht nodig om het ijs te breken. Maar eenmaal gebroken, was duidelijk
gebroken, want daar kwam Kathy ook al aan. Met vier fietsende huisgenoten kon
je stilaan van een wielerepidemie spreken. Twee zussen in het wielerspoor van
twee broers, dat is toch niet niks!
Voor beide meisjes voorzagen de nuchtere en realistische Danny en Maria
evenwel een bijkomende, noodzakelijke levenstroef : een voltijdse opleiding in
de hotelschool van Michelbeke. Michelbeke, een pittoresk dorpje in de Vlaamse
Ardennen, een afwisselend landschap met steile hellingen en brede valleien.
Michelbeke, waar ’s lands eerste burger woont en er tevens de burgemeester is :
Herman De Croo.
Michelbeke behoort met zijn Berendries eveneens tot het prachtige decor
van Vlaanderens mooiste, de Ronde Van Vlaanderen, en tot het dagelijks
trainingsparcours van wielergrootheden als Robbie McEwan, Peter Van Petegem en
Belgisch kampioen Serge Baguet, alle drie wonend in deze omgeving. Toeval? Geen
toeval? De zusjes Ingels vertoefden op vruchtbare wielerbodem. Leerden zij daar
dromen van eigen wielerprestaties?
Veerle en Kathy hebben allebei het diploma van kok. Veerle houdt deze
kwalificatie zeker nog een tijdje achter de hand want momenteel versiert zij
bij de vrouwen-elite een profcontract bij het team “Vlaanderen Capri Sonne-T-
interim”.
Bij mijn bezoek was Veerle uithuizig. Met de Belgische vrouwenploeg was
ze voor meerdere dagen aan de slag in het Italiaanse Toscane.
2005 is voor Veerle wel een succesvol jaar. Haar profcontract, Belgische
cyclocrosskampioene, tweede in het provinciaal kampioenschap tijdrijden. Vanaf
nu wil ze vooral de kaart cyclocross trekken. Kan daarvoor een bijkomend
amoureuze reden zijn? In de geschreven pers lazen we dat Veerle en Bart
Wellens, de tweevoudige ex-wereldkampioen veldrijden, sinds kort een relatie
begonnen. Ten huize Ingels klinkt de bevestiging dat het inderdaad niet om te
verwaarlozen “gazettepraat” gaat, maar dat beiden een veldritkoppel zijn. Het
ga hen voorspoedig, de twee tortelduifjes of moeten zij volgens het
veldritjargon zeggen : de twee modderduivels?
Kathy’s wieleractiviteit brandt op een lager pitje dan bij zus Veerle.
Reden? Als je de huisgenoten Ingels naar hun vooruitzichten vraagt na de
wielercarrière, dan klinkt het bijna uit één mond… werken! Hun
landbouwachtergrond is daaraan niet vreemd. Werken, zij hebben nooit anders
gekend en op hun krenten zitten … dat is niet aan hen besteed.
Moest Kathy een interessante profaanbieding gekregen hebben, dan zou er
aarzeling geweest zijn en probatie op het hoogste vlak. Bij de junioren bewees
ze al begaafd te zijn als Belgisch kampioen tijdrijden en werd ze viermaal
provinciaal kampioen. Een ongeschreven wielerwet zegt : de chrono liegt niet!
Ook in wegwedstrijden kon ze er “alleen” voor gaan! 24 overwinningen, een
verdienstelijk palmares.
Via haar studies in Michelbeke kwam ze tot een stageperiode in de
PTI-keuken. Eenmaal afgestudeerd solliciteerde Kathy bij het provinciebestuur
en vlug werd ze PTI-personeelslid als PTI-keukenhelpster. Meteen werd het een
combinatie : de job en de koershobby. Dat lukte aardig! Trouwens, Kathy heeft
minder training nodig dan zus Veerle om op behoorlijk competitieniveau te
komen.
Toen mevrouw Gertrude De Clercq, mijn jarenlang gewaardeerde chef van de
PTI-keuken met pensioen ging, openden zich nieuwe perspectieven voor de gezond
ambitieuze Kathy. Zij meldde zich als kandidaat opvolgster en nam deel aan het
professioneel gejureerde examen. Met haar gunstig resultaat werd Kathy als
20- jarige de nieuwe PTI-kokkin.
Prachtig voor haar verdere toekomst op lange termijn. En de hobby? Met o.a.
vier werkdagen van acht prestatie-uren kwam niet de liefde voor het velootje in
het gedrang, wel de beoefeningsmogelijkheden. Toch blijft Kathy trainen en
competitief bij de vrouwenelite voor haar Benelux-team.
De voorbije vakantiemaanden juli en augustus haalde Kathy weer snel een
behoorlijk koersniveau en dat geeft haar uiteraard blijvende sportvoldoening.
Werkt ook bij Kathy al de liefde een stukje extra compenserend? PTI-oudleerling
Maarten De Muynck is Kathy’s vaste vriend. Wat raad je? Maarten is inderdaad
wielrenner… voor zijn hobby. Sport in je bloed hebben , ik begin te vermoeden
dat het een Ingels-vereiste is om als lief van de dochters te kunnen aantreden.
Bij iedereen stroomt het wielerbloed in de Bus 20 als een vloedgolf in dezelfde
richting: de veeleisende en harde wielersport. Een unicum?
Een momentje! We hebben nóg twee wielerfanaten te belichten, de twee
youngsters, Nic en Dries Ingels.
Zoals Kurt en Wim voltooide Nic na 5 jaar PTI-bouw zijn vakopleiding in
Brugge.
Dries is momenteel leerling van 5 BSO-Bouw bij klastitularis Marc
Coppens. Komt er met al die bouwspecialisten over afzienbare tijd een bouwfirma
Ingels ? ’t Is een idee als een ander!
Nic is vandaag de bekendste
van onze Eeklose wielerfamilie. Bij de beloften een uitblinker en volgend jaar
prof bij Davitamon-Lotto. Wij ontmoeten elkaar tweemaal, vóór en na een
massagebeurt. Pezig, geen gram gewicht te veel, bescheiden, rustig en
vriendelijk, goedlachs en vol vertrouwen naar komende confrontatie’s. Nic was
vóór zijn veertiende al lid van ACM (Atletiekclub Meetjesland). Guido De Kesel
was zijn veldloopbegeleider en trainer. Guido maakte, zoals bij zovele
jongeren, ook bij Nic een blijvend positieve indruk. Guido was een
sportopvoeder en geen resultatenjager op de rug van zijn jeugd. Toen die
nijdige, familiale wielermicrobe ook Nic te pakken kreeg, hadden de 14 jarige
wieleraspiranten er een te duchten tegenstrever bij.
Winnen mag dan niet zo vaak aan Nic besteed zijn,aan de ernst en
degelijkheid van deze jonge snaak twijfelden kenners niet lang. Nic etaleerde
vroeg koersinzicht, als jonge renner kan hij een ploeg doen draaien. Nic kon en
wou zich opofferen in het belang van zijn ploeg en verwierf door menselijke
kwaliteiten veel gezag in het peloton. Tot in de topwedstrijden ging het met Nic
tot vandaag de goede kant op. Zijn progressie is de laatste twee jaren
overduidelijk. Juniorencoach Carlo Bomans zag in Nic een rijpend talent en bij
de beloften kreeg Nic onderdak bij het sterke Bodysol-Win for Life-Jong
Vlaanderen. Hij werd in deze beloftecategorie ook een vaste geselecteerde in de
keurgroep van nationale bondscoach José De Cauwer. De Bondscoach deed trouwens
al een aantal veelzeggende uitspraken over Nic. Samenvattend citeer ik : “Met
Nic kan je naar de oorlog. Nic stelt nooit teleur. Hij heeft de juiste
mentaliteit en kent zijn lichaam als geen ander. Hij is een modelrenner om mee
te hebben met een selectie. Hij kan zich vlot aan de ploegtucht houden. Nic
heeft uitstekend koersinzicht en is van alle markten thuis. Hij kan aardig bergop
en verteert kasseien goed. Op middellange termijn kan Nic uitgroeien tot een
volwaardige prof.”
Begin 2005 had Nic wat pech, maar niet getwijfeld want Nic werd top in
de latere topwedstrijden met ernstige buitenlandse bezetting. Hij overtuigde
sterk in Luik-Bastenaken-Luik en in de Ronde van Vlaanderen. Maar hij wou en
zou zijn belofteklassieker winnen alvorens de stap naar de beroepsrenners te
zetten. Nic piekte- en dat kan hij – op
de Omloop Het Volk en op 26 juni was het formidabel raak. Nic maakte het solo
perfect af in het beklemmend finalegedeelte tussen de top van de Berendries –
herinner je je Michelbeke nog? – en de aankomstlijn in Zottegem. Applaus alom
en een bevrijding voor de winnaar. Zijn zelfvertrouwen ging alweer met een ruk
de hoogte in en ook Davitamon-Lotto aarzelde niet langer : na drie jaar bij de
beloften werd een profcontract ondertekend. “Ik ben klaar voor de overstap!”
Profrijp noemen ze dat.
Als belofte reed Nic de recente Ronde van België voor profs mee en ook
daar demonstreerde hij nogmaals zijn klasse in confrontatie met Tom Boonen en
zijn Quick-Step-ploeg. Leerrijk!!! Tom is ook een boegbeeld voor Nic, maar zijn
uitgesproken idool is Laurent Jalabert. Zijn Type? Kan best!
Het Europees kampioenschap (EK) voor beloften op 10 juli ll. In Moskou
werd na de Omloop Het Volk zijn volgend internationale uitdaging. Zijn EK-2004
in Estland was met zijn vijfde plaats reeds een opsteker. Nu droomde Nic van
beter, een podiumplaats. Moskou liet hem niet meer los. Terecht, want nog nooit
stelde Nic in een kampioenschap teleur.
Nic haalde andermaal de buit binnen en op maandag 11 juli blokletterde
mijn krant : Nic Ingels maakte dromen waar met brons. Fier en zelfverzekerd
concludeerde Nic : Ik kan het. Derde, mooi toch! Bij de beloften heb ik niets
meer te leren. Op het Wereldkampioenschap (WK) in Madrid op 24 september wil ik
met mijn beste benen op waardige wijze afscheid nemen van deze categorie. En
daarna herbegin ik bij Davitamon-Lotto… “vanaf nul”.
Nic heeft dus geen dikke nek. Hij vindt het helemaal niet te min te
zullen moeten starten op de onderste sport van de profladder… in dienst van
ploegmakkers, als waterdrager. Maar daarover doet José De Cauwer alweer een
opmerkelijke voorspelling : “Nic Ingels heeft alles om een tweede Marc Wauters
te worden, een meesterknecht, gewaardeerd tot en met.”
Nic mag in zichzelf geloven en anderen met hem. Nic zal ook omkaderd
blijven door zijn bijzonder positieve thuis. Schouder aan schouder, het geldt
voor alle Ingels-koereurs, staan ook verzorger Norbert, dokter Dirk Van de
Velde en apotheker Van Hyfte. Zij werpen de dam op tegen alle medische
dwaasheden. Zij staan als team mede borg voor het behoud van die gezonde geest
in gezonde rennerslichamen. Een prachttaak, de wielersport ten goede !
De jongste boerenzoon Ingels is Dries. De kakkernest, want tussen de
21-jarige Nic en blonde Dries gaapt een leeftijdskloof van vijf jaar.
Aanvankelijk kwam Dries tegenover deze gelegenheidsjournalist eerder bedeesd
over. Speelde mijn vorig verleden misschien een rol ? In elk geval, Dries, met
journalisten moet je leren omgaan. Je moet voorzichtig zijn en soms heel
voorzichtig, zeker met sensatiezoekers of duimzuigers. Ik bevestigde niet voor
“Dag Allemaal” te schrijven maar voor PUNT 131, en van dan af liep ons gesprek
vlot en prettig als een lierke van een cent. Sympathieke gast, die Dries ! Met
de paplepel kreeg ook Dries de wielrennerijmicrobe te pakken.
Zijn wieleridolen ? Niet Laurent Jalabert, gewoon zijn broers! Met zo’n
antwoord heb je daar weer de ingebakken, hechte familieband. Van de broers kan
Dries een schat aan praktische ervaring opsteken, want alle begin is moeilijk.
Bij aanvang is het in de jeugdcategorieën “ elk zijn schelle”.
Je leert daardoor veel, met vallen en opstaan en dat is soms heel
letterlijk! Je zoekt uit, je vraagt deskundigen uit en o.a. die heeft Dries in
huis. Je leert zorg te dragen voor je fietsmateriaal en in de familie luistert
men naar het vaderlijk principe : iedereen zorgt voor ’t zijne! Bij de jongeren
zijn niet de successen van het grootste belang, wel de gestage groei. Je mag
niet forceren maar leren doseren. Bij de beloften begint het stilaan te tellen
en uiteraard bij de profs. Deze koershouding staat helemaal niet haaks op
vaders stelregel : een aanvaller kan renner worden, een sleper niet.
Dries mag je nog aanzien voor een speelse nieuweling… voor de leute.
Trainen is voor hem nog een opoffering en liefst niet alleen. In wedstrijd is
Dries wel een knokker, een gedoseerde aanvaller die een koers hard kan maken.
Als tweedejaarsnieuweling won Dries in 2005 twee koersen en hij
veroverde de provinciale tijdrittitel en je weet : de chrono liegt niet !
De Belgische wegtitel ging slechts nipt aan zijn neus voorbij, nietwaar
vader Danny? Zijn wielerclub is Bodysol Cycling Team Menen en dat lidmaatschap
laat Dries toe te starten in de belangrijkste wedstrijden, de interclubs.
Bij ons bezoek had Dries pas een driedaagse in Luxemburg achter de rug.
Dries groeit snel in zijn koersen-in-ploegverband en is daardoor in de
nieuwelingenrangen graag gezien.
In 2006 wordt Dries junior. Wat hij er liefst zou winnen ? Al bij al
heeft hij over zijn jonge loopbaan een goed gevoel en hij beseft dat er zeker
nog meer inzit. Dus ambieert hij een juniorenklassieker. De tegenstand is
gewaarschuwd!
Maria, Danny, Kurt Kathy en Maarten, Nic en Dries, jullie zevenen
bezorgden me een hartelijk en boeiend interview. Ik ervoer jullie familiale
warmte en eenheid, de stuurvaardigheid van Danny en Maria om hun getalenteerde
kinderen te oriënteren in een prachtige maar veeleisende hobby of toekomstig
beroep. In 2006 zijn Veerle en Nic inderdaad beroepsrenners.
Waar men gaat langs Vlaamse, Belgische of buitenlandse wielerwegen, de
kans wordt met de dag nog groter, je komt een Ingels tegen. Om u een idee te
geven, vader heeft er voor zijn wielrenners
70.000 jeepkilometers op zitten.
En moeder, verder wassen en plassen en voor haar sportieve volkje de
uitverkoren diëtiste zijn. Geen verwennerij, eten wat de pot kookt, maar
honderd procent verantwoord voor wielrenners : veel rijst, spaghetti, pastas
met kip, vis …
Als slot twee uitspraken van Karel Van Wijnendaele, de vader van alle
Vlaamse wielersportjournalisten,: “Hoe slechter het weer, hoe mooier de koers
!” en
“In de smidse der beproeving wordt het karaker gestaald.
Wielrennen, psychisch en fysisch een harde, keiharde sport.
Wij duimen voor de straffe
Flandriensfamilie Ingels!
Echt bedankt!
Rogier De Pauw.